stagnatie_woningbouw_0

Beter toezicht corporaties gewenst

De financiŽle problemen bij een drietal corporaties heeft voor opschudding gezorgd. Bestuurders faalden en het toezicht schoot tekort. Er moesten noodmaatregelen als een directe aanwijzing of de aanstelling van een externe toezichthouder worden getroffen door de minister. Momenteel is er een discussie hoe dat toezicht er uit moet zien. En hoe kan de ordening van de corporatiesector gemoderniseerd worden.

De financiŽle problemen bij een drietal corporaties heeft voor opschudding gezorgd. Bestuurders faalden en het toezicht schoot tekort. Er moesten noodmaatregelen als een directe aanwijzing of de aanstelling van een externe toezichthouder worden getroffen door de minister. Momenteel is er een discussie hoe dat toezicht er uit moet zien. En hoe kan de ordening van de corporatiesector gemoderniseerd worden.

Verschillende opvattingen over het toezicht kunnen worden onderscheiden.
De eerste, door veel corporaties gehuldigde opvatting komt neer op verscherping van het toezicht door lokale afwegingen en verantwoording met uiteindelijk toezicht op het volkshuisvestelijke systeem door de minister van VROM. Het komt in feite neer op zelfregulering. Deze groep kan zich eventueel ook vinden in een nieuwe Woonautoriteit belast met financieel en inhoudelijk toezicht. De autoriteit zoals bepleit door de Stuurgroep Meijerinkzou een arrangement tussen overheid en corporaties betreffen en in feite dicht bij de corporatiesector staan, vooral als de prestaties van de corporaties worden beoordeeld binnen de lokale en regionale context waarin ze werken.
De groep heeft problemen met een door de VROMraad†voorgestelde externe toezichthouder met sterke bevoegdheden.
Andere opvattingen- vooral onder parlementsleden te vinden – zijn, dat de wettelijke mogelijkheden voor extern toezicht op corporaties die het slecht doen moet worden verscherpt. In die gevallen zou de minister een aanwijzing moeten kunnen geven. Ook is een visie dat investeringsprojecten van corporaties in de particuliere sector beter gecontroleerd moeten worden. Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting zou belast moeten worden met alle toezicht, dus niet alleen het financiŽle toezicht op de corporaties.
Deze benaderingen hechten meer aan een regulering door de overheid vanwege de publieke belangen. Een enkele politieke partij gaat dit te ver. Deze is voor een sterker extern toezicht naast verbetering van de kwaliteit en de houding van de raad van Commissarissen van corporaties.
De derde soort opvattingen is te vinden bij gemeenten. Het presteren van corporaties is vooral een lokale aangelegenheid. Lokale overheden bepalen immers de maatschappelijke doelstellingen en hoe die gerealiseerd moeten worden. Het gaat dan om investeringen in de woonomgeving, maatschappelijk vastgoed en wijk-en buurtaanpak. Aan de positie van het Centraal Fonds zou niet moeten worden getornd.

Waar schort het aan?

Corporaties hebben hun sporen als sociale volkshuisvesters al lang en ruimschoots verdiend. Maar als private ondernemingen met een publieke taak hebben zij soms moeite met het beoordelen van risicoís. Incidenteel hebben zich gestort op branchevreemde activiteiten. Echter de meesten hebben zich de afgelopen jaren in aanzienlijke mate gericht op de bouw van koopwoningen ondermeer in de veronderstelling dat dankzij verkoopopbrengsten de investeringen in de sociale woningbouw gemakkelijker kunnen worden gefinancierd. Als gevolg van de kredietcrisis zijn de risicoís nu aan de oppervlakte gekomen. Investeringen in de sociale sector waaronder die in de kwetsbare wijken stagneren door de stilvallende koopwoningenmarkt.
Woningcorporaties hebben een eigen governancecode. De externe verantwoording over de invulling van die code schiet tekort. Ook vindt is er geen sprake van periodieke controle op de handhaving.
Daarbij zijn in het bijzonder bij corporaties met als rechtsvorm de stichting commissarissen niet onafhankelijk, zij leggen verantwoording af aan het stichtingsbestuur. Het instrument van visitatiecommissies, met collegaís die visiteren is te vrijblijvend, vooral omdat er geen sancties aan verbonden zijn. Dit alles betekent dat de kans op tekortschietend intern toezicht groot is.
Gemeenten hebben onvoldoende zicht op het bedrijfseconomisch functioneren van corporaties, vooral als zij in verschillende gemeenten werkzaam zijn. Gemeenten hebben bovendien eigen publieke doelstellingen die zij met behulp van corporaties willen uitvoeren. De gemeentelijke invloed op de realisatie van prestatieafspraken laat in de praktijk al soms te wensen over. Daarbij werken corporaties tegenwoordig in verschillende gemeenten, zodat het zicht beperkt is. Tenslotte, er zijn geen met aandeelhouders te vergelijken andere betrokken partijen, aan wie verantwoording moet worden afgelegd. De democratische legitimatie van corporaties is afwezig.
Het toezicht van het Centraal Fonds is vooral financieel van aard. Daarbij ontrekken commerciŽle dochterondernemingen en andere ďbindingenĒ van corporaties zich soms aan haar waarneming. Op het maatschappelijk functioneren van de sociale huisvesters of het rechtmatig handelen heeft het fonds geen greep. Volledigheidshalve het Waarborgfonds Sociale Woningbouw beoordeelt bij haar borging van corporatieleningen verschillende bedrijfseconomische aspecten van corporaties van belang voor de kredietwaardigheid.

Voorstel voor beter extern toezicht

Bij tekort schietend intern en extern toezicht kan er uitgaande van een realistische benadering voor worden gepleit het toezicht van het Centraal Fonds, als bestaand toezichthouder voor de rijksoverheid uit te breiden naar de gehele corporatie als entititeit en de toetsing uit te breiden naar de maatschappelijke toetsing. Het fonds verricht deze activiteiten voor de gehele overheid,in die zin dat aan de gemeenten waarbinnen een corporatie zijn hoofdvestiging heeft wordt geadviseerd (vergelijk homecountry control) over maatschappelijk activiteiten van die corporatie en aan het rijk over de financiŽle activiteiten. In probleemsituaties wordt het rijk ook geÔnformeerd over de maatschappelijke activiteiten. Alleen de minister heeft de instrumenten voor het treffen van sancties.

Drs. Alphons P. Ranner is founder and director of Sovereign BV financial consultancy. His background includes many years of experience in strategic and financial management and consulting.

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>